SCHORT ER IETS AAN DE VOORWAARDE?

We leven, werken en handelen in onzekere tijden en net dan is het belangrijk slechts verbintenissen aan te gaan als men zeker is van wat men wil en kan, en men zoals de volksmond zegt “weet waar men staat”.

Een van de meest gebruikte methoden om zich bij overeenkomsten in te dekken tegen onzekerheden is de opschortende voorwaarde. Vooral bij aankoop van onroerend goed wordt er duchtig gebruik van gemaakt, maar meer en meer vinden we ze ook terug in andere contracten zoals bij huur, aankoop roerende goederen en zelfs aannemingen.

De bepaling van een opschortende voorwaarde vinden we terug in het Burgerlijk Wetboek. (Art. 1181) Daarin staat te lezen, ik bespaar de lezer de naakte tekst, maar het komt er op neer dat de partij die zich verbindt bij een overeenkomst slechts gehouden zal zijn tot het nakomen ervan als de voorwaarde is verwezenlijkt. Wie koopt onder de opschortende voorwaarde van het bekomen van een lening, zal dus maar moeten kopen zodra hij zekerheid heeft over het bekomen van zijn lening.

Het is duidelijk dat de opschortende voorwaarde een ernstige stoorfactor kan zijn bij het afhandelen van een overeenkomst. Het is dan ook raadzaam om bij het opstellen ervan niet over één nacht ijs te gaan. Partijen moeten duidelijk bepalen wat ze willen bereiken of bedoelen met de voorwaarde en er zorg voor dragen dat geen andere interpretatie mogelijk is.

Men moet er ook zorg voor dragen dat men zich niet verder verbindt dan men ook wil. De overeenkomst zelf bestaat immers, ook al moet ze nog niet worden uitgevoerd, ze kan wel al rechten en verplichtingen doen ontstaan tussen de partijen.

De verkoper of verhuurder kan bijvoorbeeld niet meer aan een ander hetzelfde goed verkopen of verhuren en hij moet er zorg voor dragen dat het goed niet teniet gaat door zijn eigen fout.

Maar ook hij die zich verbonden heeft mag niet onachtzaam zijn of denken dat hij los mag omspringen met zijn verbintenis. Indien hij een rol speelt bij het ja dan neen verwezenlijken van de voorwaarde dient hij dit ter goeder trouw te doen. Hij mag de voorwaarde niet gebruiken als een eenvoudige mogelijkheid om naar welbelieven de overeenkomst niet na te komen.

Handelt hij niet ter goeder trouw, en werkt hij niet mee dan riskeert hij dat bij betwisting de rechtbank de voorwaarde als vervuld beschouwd, ook al is ze dat in werkelijkheid niet. Hij zal dan de overeenkomst moeten uitvoeren of een schadevergoeding betalen die de ander vergoedt voor de gederfde winst en reeds gemaakte kosten.

Nu de opschortende voorwaarde de overeenkomst bevriest in haar uitwerking, is het raadzaam haar niet onbeperkt in tijd te laten gelden. De afbakening in tijd moet echter ook in alle redelijkheid gebeuren; de voorwaarde moet immers toch enigszins de kans krijgen zich te vervullen.
Het is ook niet ongepast een schadevergoeding of compensatie te voorzien voor het geval de overeenkomst geen uitvoering krijgt.

Het besluit is dan ook dat hij die geen aandacht heeft voor het correct opstellen van de opschortende voorwaarde en daarbij over één nacht gaat, al snel zal ondervinden dat er aan de afhandeling van zijn totale overeenkomst héél wat zal schorten…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *