Kadukelijk kado

Het regent de laatste maanden weer mogelijkheden om elkaar met geschenkjes te verwennen. Geef toe, oudejaars is amper voorbij, of driekoningen, valentijn, de lente, Pasen, moeder- en vaderdag en nog zo een pak andere te vieren dagen staan al aan te kloppen onder meer ter meerdere glorie en profijt van onze dierbare middenstand en onze onvolprezen economie. De tijd dat geschenkjes bestonden uit enkele pakjes Groene Michels, of een tipzak Wervikse tabak grove snede ligt al lang, heel lang achter ons. Wie niet wil dat zijn kadooke op de kortste keren op Kapaaza of een tweedehandssite belandt ziet zich genoodzaakt deftig in zijn buidel te tasten. Maar wie zal daar om treuren in tijden dat het geld elke dag aan waarde inboet en de inflatie bijna het driedubbele is van de rente bij de bank?

Allemaal leuk natuurlijk, die MP3 en MP4 – spelers, (opgelet dat zijn geen voetballers!) de playstations, de laptops, de iPhone’s en iPad’s zolang dat hightech spul blijft werken. Soms gaat er echter wat mis en dan gaan de poppen aan het dansen. Geen nood echter, onze wetgever heeft dit voorzien en snelt de consument, ook deze die alleen consumeert doordat hij krijgt, ter hulp met een bijzondere bescherming.

In het Burgerlijk Wetboek zijn reeds jaren acht artikels opgenomen of beter gezegd toegevoegd voor deze omstandigheden, maar het is zeer de vraag of deze al goed zijn ingeburgerd of bekend zijn. Deze artikels regelen de rechten van de consument die van de beroepsverkoper een lichamelijk roerend goed heeft gekocht en geconfronteerd wordt met gebreken aan dit kleinood (of grootood ??). Eenvoudig gezegd stelt de wet dat de verkoper een zaak moet leveren die overeenstemt met het gevraagde én dat dit moet kunnen gebruikt worden voor wat het dient of normaal zou moeten dienen maar ook voor wat beloofd was dat het zou kunnen. Elk gebrek kan worden aangeklaagd tot 2 jaar (!) na de aankoop. Het maakt niet uit of dit gebrek bij de verkoop zelf zichtbaar was dan wel als een verborgen gebrek kan beschouwd worden. Het zal natuurlijk niemand verbazen dat hierop uitzonderingen voorzien zijn (iedereen moet leven nietwaar ook de dienaars van het recht) maar het moet gezegd dat de wet toch een vrij grote bescherming biedt aan de consument die de vervanging kan eisen van het aangekochte, of het herstel, of minstens een passende vergoeding.

Wie dus de laatste maanden een huis- of tuinwerktuig heeft ontvangen als “geschenk”, dat na enkele maanden de geest geeft, moet niet panikeren. Met of zonder schriftelijke garantie kan hij zich steeds tot de verkoper wenden om genoegdoening te bekomen. Hij zal dan natuurlijk wel het aankoopbewijs van de milde schenker moeten kunnen voorleggen en aldus zondigen tegen het oude gezegde dat men een gekregen paard niet in de mond kijkt…
De gulle schenker die dat allemaal wil voorkomen en niet in verlegenheid wil komen als men om het kasticket komt vragen kan misschien toch beter voor een minder risicovol geschenk kiezen, maar laat het dan in gezondheidsnaam niet dat kankerverwekkend of hartproblemen veroorzakend rookgerief zijn! 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *